ZIJN JEUGD IN LEIDEN

Rembrandt Harmenszoon van Rijn werd op 15 juli 1606 in Leiden geboren. Hij was het achtste kind (uit een totaal van negen) van Harmen Gerritszoon van Rijn en Neeltje Willemsdochter van Suydbroeck. Rembrandt gaat naar de Latijnse school en wordt in 1620 ingeschreven op de Leidse universiteit. Hij blijkt niet in de wieg gelegd voor een academische carrière en gaat schilderlessen volgen bij Jacob van Swanenburgh. Vanaf 1624 beschikt hij, samen met zijn vriend Jan Lievens, over een eigen atelier in Leiden, waar hij zijn eerste ‘eigen’ schilderijen en etsen maakt.  

 

NAAR AMSTERDAM,

In 1625 gaat hij een half jaar in de leer bij de befaamde schilder Pieter Lastman in Amsterdam. Hij zal het daar zeker leuk hebben gehad, maar hij keert toch terug naar Leiden, waar hij op zijn beurt ook les gaat geven.  Rond 1632 verhuist hij definitief naar Amsterdam. Waarschijnlijk is de aanleiding daarvoor de opdracht die hij dat jaar via de kunst-handelaar Hendrick van Uylenburgh krijgt voor zijn eerste groepsportret, De anatomische les van Nicolaas Tulp. 

 

SASKIA

In die tijd leert hij ook Saskia van Uylenburgh kennen, nichtje van Hendrick en dochter van de burgemeester van Leeuwarden. Zij trouwen in Friesland op 22 juni 1634. Saskia zal twee zonen en twee dochters baren, maar alleen Titus, geboren in september 1641, blijft langer dan een paar maanden in leven.  In 1639, als Rembrandt net de opdracht voor de Nachtwacht heeft gekregen, kopen ze een groot huis in de Breestaat, het tegenwoordige Rembrandt-huis. Saskia blijft na de geboorte van Titus kwakkelen met haar gezondheid en sterft op 14 juni 1642. Ze heeft haar niet geringe vermogen nagelaten aan Titus met de bepaling dat Rembrandt het vruchtgebruik krijgt zolang hij niet hertrouwt.  Ze wordt begraven in de Oude Kerk, waar haar graf nog jaarlijks op 9 maart het centrum is van  een ‘zonne-ontbijt’. 

 

GEERTJE EN HENDRICKJE

Na de dood van Saskia komt Geertje Dirkx als nanny in huis om voor peuter Titus te zorgen. Ze zorgt kennelijk ook goed voor de vader want die begint een verhouding met haar en belooft haar zelfs te trouwen. Maar de relatie loopt enkele jaren later stuk. Dat zou best eens aan Hendrickje Stoffels kunnen liggen. Zij komt in 1647 in huis als dienstmeisje. Ook met haar begint Rembrandt een verhouding. In 1650 laat Rembrandt Geertje opnemen in een gesticht in Gouda. Door het testament van Saskia kunnen Rembrandt en Hendriekje niet trouwen.Toch gedragen zij zich, tot ergernis van velen,  als een getrouwd stel. In 1654, als Rembrandt al diep in de financiële problemen zit, krijgen ze een buitenechtelijke dochter, Cornelia.

 

BEROOID

In 1656 zijn de schulden van de schilder zo hoog opgelopen dat een faillissement onafwendbaar is. Er wordt door de Desolate Boedelskamer een boedel-beschrijving opgemaakt, die bewaard is gebleven. Daardoor weten we nu veel meer over Rembrandt’s leven en welzijn dan wanneer hij niet failliet was gegaan. Uiteindelijk worden al zijn bezittingen verkocht, waaronder het huis op de Breestraat.

 

DE LAATSTE JAREN

De familie verhuist naar een huurhuis op de Rozen gracht, waar Titus en Hendriekje een kunsthandel beginnen. In 1663 sterft Hendriekje. Vader en zoon blijven met zijn tweeën achter. Vijf jaar later trouwt Titus met Magdalena van Loo, maar hij sterft kort daarna.  Magdalena is dan zwanger. Zij krijgt in 1669 een dochtertje. Later dat jaar, op 4 oktober sterft Rembrandt. Net als Hendriekje en Titus wordt hij begraven in de Westerkerk.