Het Westfries Museum legt het accent op Rembrandts fijngevoelige etsen die het dagelijks leven tonen. Rond 1630 gaat hij kleine etsen maken van landlopers en bedelaars. Waarom Rembrandt dat deed is nooit duidelijk geworden. Was hij misschien gefascineerd door deze ‘medeburgers’ aan de zelfkant van de maatschappij, of vond hij het gewoon indringende beelden? Op die eerste etsen staan telkens ‘losse’ mannetjes of vrouwtjes. Hij heeft zichzelf afgebeeld als bedelaar, al moet gezegd dat deze ets pas veel later als zelfportret is herkend.

 

Later breidt Rembrandt de scènes uit. Bijvoorbeeld door een koppeltje uit te beelden of, twee boertjes met elkaar in gesprek te brengen. In 1652 maakte hij zijn laatste ets met een tafereel uit het dagelijks leven.